|
Besprekingen
‘Twee jaar verbleef de auteur (…) in Marokko, aan de zuidelijke
voet van het Atlasgebergte. Hij komt er zomergasten tegen die de
rest van het jaar als kut-Marokkaan door het leven gaan in
Nederland, Berber-nationalisten, corrupte verkeerspolitiemannen,
islamisten en dagdromenden werklozen. Marokko van onderaf bekeken.’
– Trouw.
‘Aroemi,
Aroemi biedt (…) inzicht in een Marokkaanse plattelandsgemeenschap
die in rap tempo moderniseert. En dat maakt dit boek waardevol.’
Hanan Nhass in Trouw
‘De Haas
schuwt Marokkaanse taboes zoals homoseksualiteit en prostitutie
niet. De schrijver is verbaasd over ,,de open en bijna sympathieke
manier waarop de jongens over de hoeren praten. Bijna alle hoeren
in Marokko komen uit het Atlasgebergte, menen de jongens. Want die
vrouwen zijn van nature geneigd tot dit beroep. Ze kennen geen
hasjoema, schaamte.'' Hanan Nhass in Trouw
‘(…) De
soepele stijl die gehanteerd wordt maken (…) dat het een zeer
leesbaar en toegankelijk boek is, waar iedereen die weleens in
Marokko is geweest veel in zal herkennen en dat als een goede
kennismaking kan dienen voor degenen die het land niet kennen’ -
ZemZem
‘(…) Na zijn
vorige jaar verschenen proefschrift schreef hij zijn meer
persoonlijke ervaringen op in Aroemi, aroemi. Hij doet verslag van
zijn aanpassingsproces in deze plattelandssamenleving, en
beschijft met de nodige humor de snelle veranderingen in Marokko
en in de belevingswereld van zijn inwoners’ – De Gelderlander
‘Zijn vorming
als cultureel antropoloog en als sociaal geograaf, zijn kennis van
het Marokkaans Arabisch en zijn langdurige verblijf maken Hein de
Haas tot de ideale verslaggever over het Marokko aan het begin van
het nieuwe millenium’ – Abdelkader Benali en Herman Obdeijn in
Marokko door Nederlandse Ogen
'(...) De
Haas vertelt onderhoudend en met veel liefde over zijn
veldwerkervaringen in Marokko. Tegelijkertijd geeft het boek
inzicht in hoe de individuele, lokale, nationale en internationale
situatie met elkaar verbonden zijn (…)' – Saharaberichten
‘De Haas is
erin geslaagd zowat alle belangrijke maatschappelijke aspecten van
de moderne Marokkaanse samenleving ter sprake te brengen, zonder
dat het geforceerd overkomt: de positie van de vrouw, de moeizame
omgang tussen de seksen, de sociale controle, de rol van de
religie en de traditie, het
opkomende fundamentalisme, de hoge werkloosheid, de verwarringen
en frustraties van de jongeren, hun ambigue verlangen naar Europa,
de problemen van het universitair onderwijs, de migratie, de
corruptie, de macht van de makhzen (het staatsapparaat), de 'jaren
van lood' en de repressie onder Hassan II, de beginnende politieke
hervormingen van diens zoon Mohammed VI, het militante berberisme,
etcetera. Opmerkelijk is dat
De Haas het interne racisme ter sprake brengt in de verhouding
tussen blanke en zwarte Berbers. Het is een thema dat in Marokko
bijna volledig verdrongen wordt.’ Erwin Jans in De Tijd
‘De blonde
aroemi (Arabisch voor westerling) wordt er gezien als een rariteit, vooral door kinderen. Overal
rent de lokale jeugd hem achterna (…) Naast migratie komt ook het
thema corruptie telkens ter sprake. Hanan Nhass in Trouw
‘Organisch
gaat De Haas over van persoonlijke anekdotes naar meer algemene
beschouwingen. De plattelandsgemeenschap waarin hij leeft en werkt
wordt op die manier een aanvaardbare spiegel van de hele
Marokkaanse samenleving, ook voor de belangrijkste verschuivingen
in de stedelijke cultuur. Via de talrijke ontmoetingen en
gesprekken met vrienden, medewerkers, kennissen en ambtenaren
wordt het beeld geschetst van een samenleving die een pijnlijke
crisis doormaakt: op het breukvlak van traditie en moderniteit,
waartussen het fundamentalisme zich als alternatief gewrongen
heeft (…)Toch is het boek geen klaagzang. Daarvoor houdt de auteur
te veel van het land. Hij bezit ook voldoende humor en zelfkritiek
om een en ander te relativeren.’ Erwin Jans in De Tijd.
‘[Het boek
geeft] een beeld van Marokko dat de vele cliches die over dat land
bestaan links laat liggen en aandacht vraagt voor de historische
en sociale ontwikkelingen en de vele maatschappelijke reacties
daarop.’ Erwin Jans in De Tijd.
‘Het boek is
onderhoudend geschreven en heeft diepte (…) een integer beeld van
de contacten tussen mensen van verschillende culturen en van hun
uiteenlopende gezichtspunten’ Angeline van Achterberg in
ViceVersa
'Voor ieder
die in Nederland met Marokkaanse migranten te maken heeft, biedt
het boek een mooi inzicht in het belang van migratie voor families
en dorpen in Marokko, én in de ontwikkelingen in de huidige
Marokkaanse samenleving.'– Contrast
‘Boeiend (…)
Aanvankelijk beziet De Haas zijn omgeving met het milde oog van de
buitenstaander. De misstanden, de armoede en de soms krampachtig
vastgehouden tradities maken deel uit van een rommelige,
romantische oorspronkelijkheid, die aangenaam contrasteert met het
saaie, overgeorganiseerde Nederland. Maar naarmate hij meer
opgaat in de samenleving om zich heen, raakt hij doordrongen van
het structurele karakter van de corruptie, de armoede en het
ontbreken van elk perspectief voor de jonge generaties’ (…) Het
beeld verschuift van een land dat zich onderscheidt door zijn
kleurrijke exotisme naar een land dat zijn bevolking geen enkel
materieel of intellectueel perspectief meer biedt, dat ten prooi
is gevallen aan werkloosheid, analfabetisme, verveling, autoritair
gezag en een verstikkende sociale moraal.’ Richard van Leeuwen
in NRC Handelsblad
‘Het boek
belicht de effecten van die de migratie van de Berbers naar het
Westen geeft op de gebieden waar de migranten vandaan komen, in
plaats van op onze eigen samenleving’ Angeline van Achterberg
in ViceVersa
‘Aroemi,
Aroemi (wat groepen kinderen roepen als ze op straat achter De
Haas aanlopen; ‘aroemi’ betekent westerling) bevat 23 goed
geschreven verhalen. Het eerste verhaal gaat over zijn reis
naar Marokko die hij als scholier uit Bolsward met een
Interrailkaart maakte. Liefde op het eerste gezicht was het
allerminst. ‘Wat een kloteland!’ is de laatste zin. Wat er aan
deze conclusie voorafgaat is te spannend en te goed opgeschreven
om hier te verklappen.
Het laatste verhaal gaat over zijn vertrek uit Marokko en het
onbegrip dat hij ontmoet bij Marokkaanse ‘vrienden’ die van hem
verwachten dat hij hun wens om naar het beloofde land Europa te
emigreren kan realiseren. De verhalen zijn luchtig, levendig, vlot
en realistisch geschreven (met veel goede dialogen) en staan
boordevol sociaal-geografisch interessante observaties zonder dat
het studieboekentaal wordt. Geografen zouden meer van zulke boeken
moeten schrijven. Aanbevolen voor studenten en onderzoekers (vanwege
de menselijke dilemma’s waarvoor onderzoekers zich geplaatst zien),
en mensen die Marokko, of beter de Marokkanen, willen leren kennen.’
– Geografie
|